HOFRUST- voormalige buitenplaats. Het grensde aan de zuidwest kant aan de joodse begraafplaats aan de Googweg en aan de noordoostkant aan het voormalige buiten Rustrijk, ongeveer op de plek waar nu de brandweerkazerne staat (Zie Plattegrond A). Naast een herenhuis met twee vleugels en een trapbordes, hoorden bij het complex een koetshuis, een tuinmanswoning, loodsen en broeikassen. Tot Hofrust behoorde ook ‘het Overbosch’, het huidige Kocherbos, genoemd naar de familie Koch die van 1836 tot 1858 eigenaar was.
De oorsprong van het buiten ligt rond 1660. Aernout Hooft, zoon van de beroemde schrijver P.C. Hooft, verkrijgt in 1665 gronden waarop Hofrust zou worden gebouwd. De naam Hofrust duikt pas vele jaren later op. Brechje Hooft, een oudere zus van Aernout, verkoopt de hofstede op 2 april 1720 aan Daniël Nijs (1600 – 1736), zoon van een rijke Amsterdamse koopman. Nijs was een belangrijke inwoner van Muiderberg; met andere notabelen noemden zij zich de Heren van Muiderberg. Het familiewapen werd in de loop van de tijd ook het wapen van Muiderberg (meer hierover bij Dorpswapen). Daniël Nijs overleed in 1736 en werd begraven in het koor van de Kerk aan Zee. Zijn erfgenamen verkopen Hofrust, inclusief het Kocherbos, op 17 mei 1737 aan advocaat en bankier Theodor Huijgens. Nadat deze drie jaar later overlijdt, komt het landgoed in handen van zijn Engelse weduwe Agneta Chitty. Zij verkoopt Hofrust op 24 oktober 1743 aan Jan Casper Hartsinck (1689 – 1759). Deze geeft het landgoed de naam Hofrust. Zijn kinderen laten Hofrust veilen en de buitenplaats komt in 1760 voor 21.200 gulden in handen van Nicolaas Rijndorp (schepen te Muiden). Deze verkoopt Hofrust zes jaar later aan Daniël Crommelin (1707 – 1789). Geboren in New York kwam deze op 17-jarige leeftijd naar Nederland, waar hij een succesvolle koopman wordt. Hofrust is zijn zomerverblijf en wordt, zo staat in de annalen, ook gebruikt voor de opslag van aromatisch cederhout (…). Zijn zonen Robert Daniël en Gulian erven in 1791 ieder de helft. In 1801 koopt Robert Daniël zijn broer uit voor tienduizend gulden en koopt vervolgens in 1803 Rustrijk. Hij overlijdt in 1808; zijn dochter Susana Maria Crommelin erft zowel Rustrijk als Hofrust. Zij trouwt een jaar later met Egbert Jean Koch. Omdat zij het te duur vindt om twee buitenplaatsen te onderhouden, wordt Rustrijk ‘voor afbraak’ verkocht (rond 1815) en in 1857 gesloopt. Egbert Jean Koch overleed op 9 september 1854 en ligt begraven op de Lutherse begraafplaats aan de Badlaan; hij was de laatste echte bewoner van Hofrust. De gronden kwamen in 1859 in eigendom van de Joodse Gemeente Amsterdam ten behoeve van uitbreiding van de begraafplaats. De naam ‘Hofrust’ is nog terug te vinden op een hek van een boerderijachtige hofstede aan de Zuidpolderweg 10. Dit pand werd in 1976 verkocht aan Cor v.d. Bosch, bekend om zijn grote verzameling oude landbouwwerktuigen.
Dit stuk is gebaseerd op een uitvoerig artikel in het magazine van Monumentaal Historisch Muiderberg uit september 2026 (jaargang 6, nummer 11).
