RUSTRIJK

RUSTRIJK – in 1665 kocht Jan Six, heer van Vromade, raad der stad Amsterdam, voor 1600 gulden een pand van Jan Pieter Gijssen ‘met een morgen land ter syden het huys’. Dat pand lag in wat nu het Echobos heet. Tot het land behoorden de ‘overbossen’ Tussenkercke en Roodekercke. Jan Six verkocht wat toen een hofstede werd genoemd in 1701aan Hendrik Huijgens. Omstreeks 1729 verkrijgt Barend Gerbrand Homoet, bewindhebber van de Oost-Indische Compagnie, het landgoed, dat toen pas als zodanig werd omschreven en getooid werd met de naam ‘Rustrijk’.

Er zijn maar twee afbeeldingen bekend van het landgoed. Bovenstaande tekening in Oost-Indische inkt gemaakt door Jan Spaan in ca. 1767 laat het naar de zee gerichte hoofdhuis zien met agrarische aanbouw, waaronder stallen voor paarden. Op het landgoed stond een koepel (denk aan de theehuizen zoals landhuizen aan de Vecht ook hadden) op de plek waar nu de groepsschuilplaats (bunker) staat, achterin het huidige Echobos. Vanuit die koepel kon men uitkijken over de Zuider Zee, omdat de zeedijk toen veel lager was dan tegenwoordig. Op het landgoed stond ook en tuinmanswoning van waaruit de siertuinen en moestuinen (waaronder zelfs een kleine wijngaard) werden onderhouden. Er moet ook een visvijver in het midden van het landgoed gelegen hebben, maar daarvan is niets terug te vinden.

Het landgoed kende in de loop der tijd vele opeenvolgende eigenaren. In 1780 werd de Hoogduitse Joodse Natie eigenaar (met het oog op mogelijke uitbreiding van de Joodse begraafplaats).

Het complex kwam in 1803 het in handen van Robert Daniël Crommelin en daarna van de familie Koch. In opdracht van de familie werd Rustrijk in 1837 door Egbert Jan Koch voor verkoop aangeboden; het huis voor afbraak en het bos voor afkap. Door de erfgenamen werd de verkoop van het bos tegengehouden, waardoor het voor houtverkoop interessante bos van de ondergang werd gered.

Uiteindelijk koopt de gemeente Muiden het ‘Plantsoen Rustrijk’ tussen 1932 en 1934 bij gedeelten aan. Het onderhouden ervan bleek voor de kleine gemeente toch wel een blok aan het been, zoals de geschiedenis zou leren. Het herenhuis met hofstede stond er toen al niet meer. In de jaren twintig van de vorige eeuw kwam op deze plek een doolhof, dat evenmin de tand des tijds heeft doorstaan.  

« Terug naar Lexicon A-Z